terug naar de website van O.V.O.K.

Getuigenis Georges en Lieve


Jeroen

foto tsunami


Ik ben Lieve en gehuwd met Georges, wij zijn de ouders van Jo en Jeroen. Jo is geboren op 02/02/1979 en Jeroen is geboren op 29/05/1981 en blijft voor altijd 20. Op 3 oktober 2001 is hij overleden.



Ik vertel jullie ‘ons verhaal’ van immens geluk dat we niet beseften, ons verhaal van diepe wanhoop, onze zoektocht naar methodes om terug greep te krijgen op ons leven. Ons verhaal als gezin, op onze werkplek, in begeleiding, met onze vrienden, met O.V.O.K. en alle actoren die een rol spelen in dit verhaal.

Ik begin met het weekeinde van 29/30 september 2001.
Jo en Jeroen zijn thuis en maken zich klaar om een nieuwe week aan te vatten.
Jo zal in Leuven zijn voor tussentijdse examens. Jeroen begint maandag ‘Handelswetenschappen’ in Antwerpen.
Sinds Juli heeft Jeroen zijn rijbewijs en hij rijdt enorm graag met de auto. Met zijn allen, met Jeroen aan het stuur vertrekken we. Eerst naar Leuven waar we Jo afzetten en dan verder naar Antwerpen. Aan het kot neemt Jeroen zijn koffer, wordt een knuffel gegeven en een fijne week gewenst. Jeroen is gehaast, hij zal zijn vrienden terug zien en aan een nieuwe studierichting beginnen. Hij gaat er met nieuwe moed tegenaan. Maandag hebben we Jo en Jeroen nog aan de lijn. We krijgen de boodschap van Jeroen dat de richting ‘Handelswetenschappen’ wel echt zijn ding is en met zijn welbespraaktheid kunnen we daar wel inkomen.
Dinsdagavond is alles nog in orde met Jeroen, hij geniet samen met zijn vrienden van de lasagne die we in het weekend hebben klaargemaakt. Ik hoor op de achtergrond dat ze veel plezier hebben …


En dan …

’s Nachts om drie uur rinkelt de telefoon. Het ziekenhuis met de vraag: “Zijn jullie de ouders van Jeroen Swinnen? Willen jullie zo snel mogelijk komen? Jeroen heeft een ongeval gehad”. We krijgen geen verdere informatie aan de telefoon. We vertrekken – leeg – aangeslagen – goed wetend dat het erg zal zijn, maar toch hopend. Hoe we er geraken, weten we niet. We vertrekken hals over kop zonder GPS. In Antwerpen rijden we verloren. Uiteindelijk vinden we het ziekenhuis. Jeroens vrienden staan ons op te wachten. We vragen hoe het met Jeroen is en wat er gebeurd is. Ze zeggen: “We waren nog aan het praten en Jeroen is in het raam gaan zitten en is uit het raam gevallen, maar zijn toestand is stabiel”. We kunnen het niet geloven. Hoe is dit mogelijk? Jeroen die altijd zo voorzichtig is?
We worden apart in een wachtkamertje gezet, alleen gelaten met onze angsten, met onze paniek. Niemand komt iets zeggen. ’s Morgens om half zes vertellen ze ons dat Jeroen overleden is. Een ijskoude boodschap! Wat er dan met je gebeurt en wat er zich in je afspeelt, is met geen woorden te beschrijven. Dit is onze ‘Tsunamie, onze aardbeving, onze vloedgolf… We zijn volledig verdoofd, kunnen het niet geloven, willen het niet geloven … Toch niet Jeroen, toch niet onze Jeroen … Dit kan niet, dit mag niet waar zijn … We zijn radeloos en verslagen. We weten niets meer, zelfs geen telefoonnummers om iemand te bereiken. Jo moet verwittigd worden en moet komen. We mogen nog niet bij Jeroen. Pas om half zeven worden we bij Jeroen toegelaten. Jeroen is al opgebaard, hij voelt al koud aan … vreselijk. Waarom hebben ze ons niet eerder bij Jeroen gelaten, waarom mochten we in zijn laatste momenten niet bij hem zijn? Nu is hij alleen gestorven in een koude en koele omgeving omringd door verpleegkundigen en dokters. Jeroen heeft ons niet meer kunnen groeten. Er was geen laatste woord om te zeggen dat wij van hem hielden en hij van ons. We hebben zijn stem niet meer gehoord en zijn ogen zijn voor altijd gesloten.
Ondertussen is Jo er ook. Hoe erg voor Jo. Verschrikkelijk!
Jo en Georges praten met de dokters. Ze hebben al het mogelijk gedaan om Jeroen te redden, maar hij was te erg gekwetst, hulp kon niet meer baten.
We moeten Jeroen zijn bezittingen gaan ophalen op de dienst administratie. Ze hebben zijn identiteitskaart al uit zijn portefeuille gehaald! Administratief bestaat hij al niet meer! We krijgen de boodschap om te blijven om een verklaring af te leggen bij de politie. Wat verlangen ze van ons, wat moeten wij vertellen? Dit kunnen we niet? We willen zo snel mogelijk naar huis om opa op te halen en thuis te zijn.
In de loop van de dag komt slachtofferhulp en krijgen we de boodschap dat het lichaam van Jeroen niet wordt vrijgegeven tot het gerechtelijk onderzoek is afgerond.


We trachten zelf een reconstructie te doen

Jeroen was samen met enkele vrienden gaan kaarten. Toen ze op hun kot kwamen, wilden ze nog wat napraten. Terwijl ze aan het praten waren, is Jeroen in het open raam gaan zitten. Hij heeft zich mispakt en is plots achterover uit het raam gevallen een vijftal meter lager op een plat dak. Zijn vrienden zijn dadelijk naar beneden gelopen om hem te helpen. Het was duidelijk dat Jeroen zijn bovenarm gebroken had en bloedingen aan het hoofd vertoonde. Hij was bewusteloos, zijn vriend probeerde hem terug bij te brengen wat ook lukte, nadien was hij verward en had véél pijn. Zijn vrienden wilden hem van het dak halen. Omdat dit zo niet lukte, wilden ze een stoel halen en hebben ze Jeroen alleen gelaten. Enkele tellen later is Jeroen in zijn verwarring bewusteloos van het platte dak gevallen en een tiental meter lager op de grond van de binnenplaats terecht gekomen. Er zijn van die onbegrijpelijke dingen die niet tot ons doordringen en waar we geen antwoorden op vinden. Een medestudent die op de binnenplaats zijn kot had, heeft de dienst 100 gewaarschuwd. Die was snel ter plaatse. Jeroen werd gereanimeerd, kreeg de eerste zorgen toegediend en werd overgebracht naar het ziekenhuis. Verschillende vrienden zijn naar de spoedafdeling gegaan. Niemand kende onze huistelefoon en Jeroen zijn GSM was stuk door de val. Via via heeft men ons telefoonnummer achterhaald en meer dan een uur na de feiten heeft men ons verwittigd. We blijven zitten met vele vragen waar we geen antwoord op krijgen. Hoe heeft/is dit allemaal kunnen gebeuren? Had men ons niet eerder kunnen verwittigen? Welke letsels had Jeroen en welke waren dodelijk? Wie heeft er beslist om te stoppen met de behandeling en heeft Jeroen dood verklaard? Waarom heeft men ons niet gegund om de laatste momenten van zijn leven bij hem te zijn. Jeroen, Jeroen, Jeroen … we willen alleen maar Jeroen. Woensdagavond en donderdag mogen we Jeroen zien, maar we mogen hem niet aanraken omwille van het sporenonderzoek dat nog gaande is. Maar Jeroen is door zoveel handen aangeraakt tijdens zijn reanimatie en hij was al gewassen en opgebaard voor het gerechtelijk onderzoek van start ging. Hoe is het mogelijk? Welke sporen gaat men nu nog vinden? Hoe absurd! Hoe onwezenlijk, hoe onbegrijpelijk?
Ondertussen blijft de politie bezig met het onderzoek. Donderdagmorgen komt het bericht dat de onderzoeksrechter opdracht heeft gegeven om een autopsie te doen op het lichaam van Jeroen. Het besluit van het voorlopige autopsierapport is: Jeroen is ten gevolge van een ‘spijtig’ ongeval overleden. Een zinloze dood!
Vrijdagnamiddag wordt Jeroen naar Hasselt gebracht en kan de begrafenis op woensdag vastgelegd worden. Vrijdagavond mogen we Jeroen niet zien Vreselijk!
Vrienden komen en zorgen voor opvang in onze totale ontreddering. Zij begeleiden en ondersteunen ons. Zij nemen onze huishoudelijke taken over en staan ons bij in de ontvangst van de vele vrienden en familieleden.
Jo neemt ook een aantal dingen over. Jo en vrienden van Jeroen bereiden de gebedswake en de uitvaart voor.
Voor het nagedachtenisprentje zorgen we zelf. We doen de dingen die van ons verwacht worden op automatische piloot.
En dan … dan is iedereen weg en blijven we zitten met héél véél vragen en geen antwoorden. Véél verdriet en wat eenieder ook probeert, het geeft weinig troost.
Alle zekerheden zijn weg. ‘Georges en Lieve, Jo en Jeroen’ zo dikwijls uitgesproken in één ademtocht … klinkt nu ineens héél wrang. Onze toekomst met Jeroen is weg. Hoe moet het nu verder?
We gaan samen naar het kot van Jeroen maar vermijden zijn medestudenten hoewel we hun blikken op ons gericht voelen. We spreken af met het agentschap, om de studio van Jeroen in het weekend, samen met onze vrienden, verder leeg te maken. We gaan naar de politie en samen met hen naar de onderzoeksrechter waar we ons burgerlijke partij stellen zodat we het onderzoek mee mogen volgen.
We weten dat antwoorden op onze vragen misschien kunnen helpen maar niets brengt Jeroen bij ons terug.
We weten van elkaar wat we voelen maar zijn onmachtig om elkaar te troosten.
We kunnen ons geen van beiden concentreren en zijn niet in staat om te gaan werken. Ik blijf thuis in ziekteverlof en Georges probeert na één week te hernemen. Veel collega’s ondersteunen hem en springen binnen voor een babbel en degenen die niet weten hoe met hem om te gaan, vinden wel ergens een deur om in te verdwijnen.
Na enkele dagen weet hij het wel: dit houdt hij zo geen negen jaar meer vol. Zijn vastberadenheid om tot oplossingen te komen, heeft plaats gemaakt voor besluiteloosheid en hij voelt dat op deze weg verder gaan voor geen enkele partij zin heeft. Na overleg met de arbeidsgeneesheer en de directie gaat hij een paar weken in ziekteverlof om daarna voor 3 maanden halftijds te hervatten.
We trachten te overleven en beseffen dat als we verder willen, we het heft in eigen handen moeten nemen. We worden zoveel, als mogelijk is, bijgestaan door onze vrienden. Zij zijn ons sociale vangnet.

In november komt Jo terug thuis wonen, hij moet stages doen in verschillende ziekenhuizen. Jo heeft het moeilijk, maar men heeft weinig begrip of meevoelen voor Jo. Jo moet presteren.
We voelen dat we alleen niet verder kunnen. Het ergste wat ouders kan overkomen, is ons overkomen. Hoe geraken we hier uit? Hoe kunnen we verder leven ‘zonder’ en ‘toch met’ Jeroen? Via de huisdokter gaan we op gesprek bij een therapeute. Zij zal ons, de eerstvolgende jaren, afzonderlijk en samen begeleiden. Een lange periode waarin we leren dat rouwen geen regels kent, geen wetmatigheden maar dat alle aspecten van rouwen vroeg of laat, op een of ander tijdstip aan bod komen. We leren inzien dat we totaal verschillend zijn en ook totaal verschillend rouwen en dan nog op verschillende tijdstippen. Geen sinecure om samen te leven!


De eerste Kerstmis en Nieuwjaar komen er aan

We willen sereen Kerstmis overleven. We breken met een oude gewoonte om op kerstavond familie uit te nodigen en gaan heel rustig bij vrienden de avond doorbrengen. Kerstdag brengen we door met ons gezin en opa. Het voelt zo leeg zonder Jeroen. De voorbije jaren was Kerstmis hét familiefeest, wij genoten er zo van , Jeroen genoot er zo van. Het was dan zó gezellig, zó warm, zó huiselijk en nu … zó leeg, zó alleen, zoveel gemis …
Verdriet is overheersend in de jaarwisseling. Oude Jaar worden we door andere vrienden gevraagd om de avond samen met hen en hun kinderen door te brengen. Nieuwjaar is sober, somber en grijs. Wat moeten mensen ons wensen? Moeten wij mensen iets wensen? In onze ogen hebben ze toch al alles? We spelen het spel mee en wensen iedereen een jaar vol geluk en gezondheid met een schrijnend gevoel in ons hart.


O.V.O.K.

Sinds begin december zijn we op zoek naar O.V.O.K..In januari wordt een nieuwe groep opgestart in Houthalen. We starten mee met een zestal koppels en worden opgevangen door de begeleiders. We vertellen aan lotgenoten ons verhaal en leren hun verhalen en gevoelens kennen. We observeren én luisteren én vertellen én voelen ons gesteund. We merken dat wat onze therapeute ons voor ogen probeert te houden hier ook werkelijk klopt. We zien verdriet en gemis in verschillende gradaties en op verschillende momenten.
In februari legden we ook contact met de praatgroep in Tessenderlo en worden ook daar opgevangen door begeleiders. Er zijn drie nieuwe koppels waaronder wijzelf. We luisteren en kunnen weer vertellen over Jeroen en onszelf.
We leren dat tijd niets oplost, geen verdriet wegneemt maar wel helpt in het belevingsvermogen. De woorden van de begeleidster: “Ik zou jullie willen oppakken in de tijd en enkele jaren verder neerzetten” zijn ons altijd bijgebleven.
Zonder te oordelen of te veroordelen maken we voor onszelf uit wat we willen en vooral niet willen. We proberen in te schatten wat we met de rouwgroepen proberen te bereiken. We willen vooral het positieve, wat we ervaren binnen de groep, onthouden en we willen niet verbitterd geraken.
In het begin, de eerste weken na de dood van Jeroen, dachten we dat we alles verloren waren en dus niets meer te verliezen hadden. Langzaam groeit het besef dat we wel héél véél kwijt zijn, maar dat we de rest moeten trachten te behouden, ons gezin, onze vrienden, ons werk …
Een hele opdracht zullen we nog merken …

In het voorjaar van 2002 wordt het onderzoek naar de dood van Jeroen officieel afgesloten. We krijgen inzage in alle gegevens en de conclusie ‘dood door een spijtig ongeval’ is het resultaat waar we moeten mee leren leven. Enkele weken later volgt de rechter de onderzoeksrechter en is de procedure koudweg afgelopen.
Er zijn geen schuldigen, alleen een dramatische afloop van zovele opeenvolgende omstandigheden . Als Jeroen niet in een raam was gaan zitten? Als Jeroen niet in Antwerpen was geweest? Waarom twee keer vallen? Zoveel veronderstellingen en we moeten verder.
We zitten nog met zoveel vragen en hopen hierop een antwoord te krijgen We maken een afspraak met de dokters en verpleegkundigen van het Stuivenbergziekenhuis. Het is pijnlijk, maar doet ook deugd om met deze mensen te praten.

De paasvakantie nadert. Enkele jaren geleden hebben we samen met Jeroen de paasvakantie doorgebracht bij vrienden in Italië. Deze vrienden vragen of wij en Jo met hen terug meegaan naar hun verblijf. Wij bezoeken de plaatsen waar we geweest zijn met Jeroen. We zoeken Jeroen in Venetië, we roepen zijn naam aan de boorden van de Piave. Jeroen antwoordt niet, Jeroen is er alleen maar in ons hoofd en in ons hart.

Op de verjaardag van Jeroen planten we een boom in onze tuin en we hopen dit jaarlijks te doen bij één van zijn of onze vrienden. We hangen ook een gedenkplaat op de binnenplaats van het studentenhuis waar Jeroen gevallen is. We zijn het agentschap dankbaar dat we dit mogen doen. Dit is de plaats waar Jeroen zijn bloed gevloeid heeft, dit is de plaats waar Jeroen zijn leven ophield te bestaan. Hier komen we nog regelmatig terug om een bloemetje te zetten? Hier kijken we op de binnenkoer nog regelmatig omhoog en vragen ons af: “Hoe heeft dit allemaal kunnen gebeuren?”

In juni start ik terug in de school. Deze laatste maand van het academiejaar heeft men nog begrip voor mijn situatie. Het terug opnemen van mijn werkzaamheden is zeer moeilijk. Het doet pijn om al deze jonge studenten te zien, studenten die in de examenperiode zitten en straks aan hun vakantie beginnen. Waarom Jeroen niet?

In augustus besluiten we samen met Jo terug op vakantie te gaan op onze vertrouwde stek in Spanje. “Als we nu niet teruggaan, gaan we misschien nooit meer terug. We kunnen beter weer door deze pijn gaan” zeggen we. Iedereen is héél meelevend maar de vakantie is anders zonder Jeroen. We voelen Jeroens’ aanwezigheid in ons hoofd en in ons hart omdat er zovele mooie herinneringen zijn die tegelijk pijn doen. We vinden zijn zachte rots, we vertoeven er , zitten erop, voelen de zachtheid. De laatste dag beitelen we er een flink stuk af voor onszelf omdat alles van Jeroen een hoge emotionele waarde krijgt. Ook hier is Jeroen alleen maar in ons hoofd en in ons hart. We denken terug aan de voorbije jaren, wat waren we gelukkig met ons gezinnetje?


Licht

Jeroen is bijna één jaar dood …
We besluiten om een herdenking te doen en vragen hulp om dit te realiseren. Enkele vrienden van ons en de pastorale medewerkers van het ziekenhuis stellen een viering samen onder het thema ‘Licht’. Aan vrienden van Jeroen wordt gevraagd om ons te helpen met teksten en muziek.
Ik zoek Jeroen elke dag opnieuw, maar nergens kan ik hem vinden. Ik zou hem nog eens willen knuffelen en omhelzen al was het maar één keer, maar na een jaar zegt mijn verstand dat deze wens onvervuld zal blijven.
De maand september is zeer moeilijk. Ik beleef al de stappen van Jeroen helder en intens in mijn gedachten. Ik heb angst want vanaf 3 oktober kan ik niet meer zeggen: “Vorig jaar toen deed Jeroen dit en zei Jeroen dat …” Allerlei vragen komen bij me op: “Zal het nog erger voelen dan het nu al is? Hoe moeten we na één jaar verder leven zonder Jeroen? Blijven de pijn en het verdriet in die mate constant aanwezig? Wordt het gemis groter? Ik voel mij zo machteloos en moedeloos.
Het voorbije jaar is een jaar van overleven geworden. Overleven met heel veel aan en rond ons hoofd omdat er binnenin geen plaats is, want daar zit Jeroen!
Drie oktober is voor mij dan ook een dag van opnieuw sterven, niet alleen van Jeroen, maar ook van een stuk van mezelf.
Vroeger dacht ik: “Als één van mijn kinderen iets overkomt, dan ga ik dood, dat kan ik niet overleven”. En nu … nu zijn we bijna één jaar later en ondanks mijn ‘doodswens’ ben ik niet dood. Je gaat niet zomaar dood. Ik leef ondanks gevoelens van verdriet, pijn, gemis en leegte die dikwijls aanwezig zijn.
Men zegt dat het went, maar hoe kan verlies, verdriet en gemis wennen? Samen met Georges en Jo, mis ik Jeroen ontzettend , en dit met elke vezel van mijn lichaam.
Ik dacht altijd dat ik mijn kinderen voor al het kwade kon behoeden, maar nu realiseer ik mij dat ik volledig machteloos sta.
Afscheid nemen van je kind, je kostbaarste bezit, is verdorie moeilijk en doet verschrikkelijk veel pijn.
Het eerste jaar overleven we samen. Maar overleven zonder Jeroen, is nog lang niet leven en genieten.


En dan komt het tweede jaar …

Zal het ‘nu’ beter gaan? Alle dagen hebben we al eens beleefd zonder Jeroen.
Tijd speelt een belangrijke rol in ons leven.
Onze tijdsas is resoluut gestoord. De dood van Jeroen heeft voor een breuk in onze tijdslijn gezorgd.
Al wat gepland verloopt in een normaal leven – van geboorte tot dood met alle dingen daartussen – is fundamenteel overboord geworpen.
Onze tijdsrekening is in twee delen verdeeld. De tijd vóór de dood van Jeroen en de tijd ná de dood van Jeroen.
De tijd vóór de dood van Jeroen met zijn streven, altijd vooruit willen, steeds de blik gericht op de einder en op de toekomst, steeds nieuwe uitdagingen zoekend, steeds verder willen gaan.
En na de aardbeving in ons leven is er de tegenstelling met de mensen rondom ons. De mensen die verder willen, die méér willen, die vooruit willen naar de toekomst, die in een strak tijdsschema leven en daartegenover wij die aan de rem hangen en liefst achteruit willen gaan, terug naar de tijd van vóór 3 oktober 2001 om dan de tijd vast te houden.
Onze tijden zijn veranderd, niets is nog zoals voorheen en de goede oude tijd is voor ons niet een verzuchting van oude mensen die niet met de tijd meekunnen, maar een reëel teruggrijpen naar de tijd van vóór de dood van Jeroen toen er nog een toekomst was.
De rouw om Jeroen zal zijn tijd wel duren, maar we hopen te zijner tijd terug toekomst te hebben of is ons leven voorbije toekomst?
Een nieuw schooljaar, nieuwe studenten maar ook een schooljaar met héél véél concentratieverlies. De bijkomende inspanningen die moeten dienen om het gemis aan concentratie op te vangen, eisen hun tol in slapeloze nachten. Enkele goede collega’s en de onbevangenheid van de studenten zorgen voor een sociale opvang. De meeste van mijn collega’s zijn attent, maar … niet iedereen is bereid begrip te tonen. En ik … ik heb het moeilijk om al het nieuwe in mij op te nemen, mijn hoofd zit vol met Jeroen. Hoe kan daar nog iets anders bij? Ik kan op automatische piloot werken, maar verder …
Ook in het ziekenhuis is er een veranderingsproces aan de gang In overleg kiest Georges om dit gebeuren vanuit een ondersteunende positie te begeleiden. Het resultaat is dat hij los komt uit het keurslijf. Hij krijgt veel vrijheid en kan voor een groot deel zijn werk zelf regelen en een onbestaande job gestalte geven. Een opdracht, een uitdaging maar naar zijn vermogen in te vullen. Hij beseft wel dat dit een unieke kans is om tot zijn zestigste te kunnen blijven werken en hij besluit hiervoor te gaan.
We blijven trouw onze therapie volgen en grijpen elke mogelijke O.V.O.K. aangelegenheid aan om te vertellen over Jeroen en om te luisteren en te zien welke stappen we vooruit zetten. We zien het misschien niet maar we gaan vooruit.
We gaan opnieuw op vakantie in Spanje, dit maal zonder Jo. We lopen er verloren en beseffen dat dit de laatste vakantie op deze manier is.
Jo is eerstejaars assistent en verhuist voor een jaar naar Oostende en wij verhuizen één op twee weekends mee. We proberen een steun te zijn voor Jo die het moeilijk heeft in z’n zware, veeleisende opleiding ver van huis en van zijn vrienden.
De zon, de zee, de wind en vooral de rust zijn voor ons welgekomen. We maken lange wandelingen. Als we op het strand wandelen waaien onze gedachten aan Jeroen weg met de wind. Naar waar? ‘Naar ergens anders?’
We breken ons hoofd over waar Jeroen nu is. Het enige antwoord dat we vinden is ‘ergens anders’. Dus waaien onze gedachten weg naar Jeroen want hij is ‘ergens anders’. Hij is ergens in een andere dimensie, in een andere tijdzone, daarom heeft de tijd voor ons een heel andere betekenis.
In het tweede jaar na het overlijden van Jeroen heb ik ervaren dat het’ rauwe’ van de rouw weg is maar dat verdriet groter is en het gemis intenser. Het is nodig tijd te maken voor mijn gedachten aan Jeroen.
Reeds twee jaar kan ik Jeroen niet meer zien, niet meer horen, niet meer knuffelen.
Regelmatig zoek ik hem tussen de mensen op straat, in de school tussen de jongeren, in de wolken, in de golven van de zee, in de sterren … Maar Jeroen vind ik niet!
In mijn hoofd is hij nog altijd twintig. Ik vraag me dikwijls af hoe hij er nu zou uitzien, wat zou hij doen en wie zou zijn vriendinnetje zijn.
Ik mis hem zo ontzettend en voel mij verloren. Ik ben een houvast kwijt.
We houden een tweede herdenking met als thema ‘De Seizoenen’ waarin we onze gevoelens uitdrukken: sterven en rouw in de herfst, kilte en eenzaamheid in de winter, hoop en troost in de lente, goede herinneringen aan Jeroen in de zomer.
Weer zijn vele vrienden en familieleden aanwezig. Zij zijn ons tot steun en dragen Jeroen mee in hun hart en in hun hoofd.
Rond deze tijd besluiten we om voor O.V.O.K. het contactadres voor Limburg te worden en vervoegen we de stuurploeg en leren O.V.O.K. op een andere georganiseerde manier kennen.


Draden van verbondenheid

We gaan niet op vakantie en bereiden de derde herdenking voor. We herdenken Jeroen en spinnen samen met de aanwezigen een web rond de foto van Jeroen onder het thema ‘Draden van verbondenheid’. Met Jeroen als middelpunt zoeken we verbondenheid met elkaar.
Gedurende de drie voorbije jaren, gevuld met gevoelens van verdriet en onmacht om het gemis heb ik ook veel mogen ‘ontvangen’….
Ik ben ervan overtuigd dat Jeroen in deze kleine wereld heel wat in beweging heeft gezet!
Voor mij betekent dit dat vrienden ‘echte’ vrienden werden, dat hechtere vriendschapsbanden werden gesmeed, dat lotgenoten vrienden werden, dat er om ons een groot sociaal vangnet werd geweven.
Vrienden hebben betekent: kunnen vertrouwen op elkaar, mogen leunen op mekaar, samen op weg gaan, terug zin vinden in het bestaan.
Het leven is soms moeilijk om alleen te dragen. Het is voor mij belangrijk om kracht te putten uit liefde en vriendschap zodat ik verder kan gaan.
De mensen die Jeroen meedragen in hun hart geven mij de kracht om in de toekomst te geloven en dit ‘zonder’ maar ook weer ‘met’ Jeroen.
Jeroen koos in dit leven voor vriendschap. Deze vriendschap heeft hij willen doorgeven aan zijn familie, zijn vrienden, zijn omgeving.
Omdat Jeroen vriendschap hoog in zijn vaandel droeg, zou ik deze boodschap, voor morgen en de verdere toekomst, willen meegeven: “Koester vriendschap. Het is de draad waardoor we ons allen verbonden voelen.”
Het schooljaar kabbelt voort maar het leveren van prestaties wordt alsmaar moeilijker. Er zijn géén verzachtende omstandigheden. Overleven kan alléén door er af en toe uit te stappen. De bezoeken aan de therapeute worden langzaam afgebouwd zodat we op eigen benen verder moeten!


De Tijd

We gaan Jeroen na vier jaren herdenken met als thema ‘De tijd’.
Het lijken vier eindeloos, lange jaren. Jaren waar de tijd geen vat op had. Terwijl de tijd met Jeroen als zandkorrels door onze vingers glipte, kondigt zich elke dag onverbiddelijk een nieuwe dag zonder hem aan. Die lege dagen voelen tijdloos … eindeloos … eeuwig …
Jo leert ondertussen zijn vriendin, Annelies, kennen en hun relatie wordt hechter. We zijn gelukkig voor Jo. Hij blijft nog thuis wonen en Annelies is ook veel bij ons.
Het nieuwe schooljaar dient zich aan, mijn laatste. Ik voel dat het een jaar teveel is, dit gaat niet meer voor mij: de druk, het presteren … Ik haak vroegtijdig af, dit moet niet meer voor mij. Ik klop terug aan bij de psychiater. Zij vraagt zich af hoe het verder moet als ik ganse dagen thuis ben, hoe ik uit mijn posttraumatische depressie geraak? Ik doe wel veel en zeg wel aan anderen hoe het moet, maar zelf blijf ik steken in mijn rouwproces. Hoe dikwijls heb ik de voorbije jaren al dingen opgepakt en terug laten liggen? Ze kan mij wel weer ondersteunen door mijn medicatie te verhogen, maar daar ben ik niet mee geholpen. Ze verwijst mij naar een psycholoog. Ik kon tot dan toe het woord ‘dood’ niet in de mond nemen. Ik zei altijd: “Jeroen is weg …” Ik dacht ook dat ik alle dagen naar Jeroen moest op het kerkhof, dat Jeroen daar was. De begeleiding verloopt in het begin zeer stroef. Ik wil niet en ben opstandig. Het is zeer confronterend en pijnlijk, maar ik houd vol en ga door. En wat ik in het begin niet zag, maar nu wel is dat het mij geholpen heeft en helpt om ‘verder’ te gaan met Jeroen in mijn hart.


Fotocollage

Ondertussen organiseren wij een vijfde herdenking. Wij maken een fotocollage. De foto’s van Jeroen tonen zijn kort maar rijk gevulde leven. Er zijn géén foto’s van na Jeroens dood. We geven te verstaan dat dit de laatste herdenking is. We willen in de toekomst de geboorte van Jeroen herdenken.
Ik stop met werken. Ik neem de redactie van ’t Vergeet-mij-nietje over en Georges doet de praktische dingen zoals drukwerken en verzending.


Landdag 2008

Op 3 oktober 2007 is Jeroen zes jaar geleden overleden.
We besluiten om op deze landdag, 2008, een getuigenis te brengen. Het schrijven van deze getuigenis was een herbeleven van de voorbije jaren.
We hebben het nog dikwijls moeilijk. De dood van Jeroen is en blijft onaanvaardbaar. Het verdriet blijft maar ook de mooie herinneringen komen geregeld aan bod.
We doen vele dingen en altijd is Jeroen op de één of de andere manier aanwezig.
We zijn blij dat Jo en Annelies het goed stellen, ze proberen het gezellig te maken met Jeroen in hun aanwezigheid. Zij moeten vooral trachten van het leven te genieten want er zijn dingen die je niet kan sturen en niet kan plannen.
Wij proberen zoveel als mogelijk uit onze resterende dagen te puren met elkaar, Jo op de voorgrond en Jeroen discreet maar manifest aanwezig in alles wat we doen.
Hoe wij ook probeerden: de klok vertikte het om haar ritme te vertragen. De dagen regen zich aaneen tot weken, maanden en zelfs jaren. We ondervonden stilaan dat tijd geen wonden heelt, maar dat hij je wel in zekere mate leert leven (of overleven) met verdriet. In ons wachten hebben we ons gesteund gevoeld door de lieve woorden en het geduld van zoveel mensen. We hebben gemerkt dat er langzaamaan momenten komen dat we - onverwacht - toch weer schoonheid zien en dat we stilaan opnieuw glimlachen door onze tranen heen ...
Er is géén handleiding en er is géén stappenplan om met dit verlies om te gaan.
Er is ook géén goede manier om dit te doen.
Bij onze lotgenoten, vrienden en familie vonden we steun en bevestiging in onze zoektocht naar een aanvaardbare manier van leven.
De tijd staat niet stil maar loopt steeds verder, zoals ons leven ook verder gaat.
De tijd is zowel onze vijand als onze bondgenoot. Hij is onze vijand omdat de afstand tussen ons en Jeroen steeds groter wordt en omdat sommige dingen vervagen. Het gemis en de pijn blijven. De tijd is onze bondgenoot omdat in het verleden onze herinneringen zitten die we koesteren en meenemen in de toekomst.
De tijd en het verlies van Jeroen tonen ons welke toekomst we willen gaan, wat we nog kunnen en willen doen en hoe we de ons resterende tijd samen met de mensen die ons omringen op een voor ons zo zinvol mogelijk wijze kunnen doorbrengen.
En op de vraag “Waar is Jeroen?” kunnen we slechts dit antwoord geven:
“Jeroen is steeds bij ons maar in een andere dimensie binnen onze tijd”.