terug naar de website van O.V.O.K.

Getuigenis Josiane


Tom en Kathelijn

foto roos


Graag wil ik mij kort even voorstellen. Mijn naam is Josiane en ik ben en was mama van Tom en Kathelijn.



Groot gezin

Ik wilde het liefst een groot gezin. Vier kinderen, daar droomde ik van als kind en als dat niet mocht lukken, op zijn minst drie. Maar zwanger worden was niet zo evident. Ik moest intensieve vruchtbaarheidsbehandelingen ondergaan en deze hadden na drie lange jaren eindelijk succes. Ik werd zwanger en de geboorte kon er niet snel genoeg aankomen. Zo fel verlangde ik ernaar om de baby in mijn armen te houden.


Tweeling

Toen ik dertig weken zwanger was kreeg ik weeën en moest ik naar het ziekenhuis. Daar zagen ze op de foto dat ik niet zwanger was van één kindje, maar van een tweeling. In 1974 waren ze nog niet uitgerust met moderne apparatuur waardoor ze niet zo snel alles konden zien en opvolgen, zoals nu. Het was even een schok om te weten dat er twee kindjes kwamen, maar zodra ik het hoorde verlangde ik al direct naar allebei. Kort daarop begon de bevalling en werden mijn zoon Tom en dochter Kathelijn geboren. Al snel bleek dat Tom nog niet voldoende volgroeid was en dus niet sterk genoeg was om het buiten de baarmoeder te overleven. Hij heeft uiteindelijk maar 24 uur geleefd en is toen overleden.

De gevoelens daarna waren heel dubbel. Enerzijds had ik enorm verdriet om het kindje dat ik verloren was. Anderzijds wou ik flink zijn voor Kathelijn. Ik had ook enorm schrik, om Kathelijn die ook vocht voor haar leven door de vroeggeboorte, alsnog te verliezen. Drie weken lang bleven we in de onzekerheid of ze het zou redden. Na negen lange weken mocht ik mijn dochter eindelijk mee naar huis nemen. Ik zal dat moment nooit vergeten, het was de zaterdag voor moederdag. Natuurlijk voelde ik me intens gelukkig met mijn meisje, maar ik had om Tom ook zoveel verdriet. Hij had tenslotte toch dertig weken onder mijn hart gezeten, mijn bloed gedeeld. Dat verdriet moest slijten. Maar Kathelijn had zoveel liefde in zich. Het leek of zij ook de liefde van haar broer aan mij gaf. Zo heb ik dat altijd gezien en gevoeld. Maar het verdriet van het verlies blijft bij je en gaat nooit meer weg, het wordt alleen minder scherp en ietwat anders met de tijd.


Opnieuw zwanger

Ik wou Kathelijn graag broers en zussen geven om samen mee op te groeien. Dus probeerde ik een tijdje na haar geboorte opnieuw zwanger te worden. Dit lukte mij tweemaal, nu op natuurlijke wijze. Doch, het mocht niet zijn want ik verloor de kindjes telkens op 16 weken zwangerschap. Daar was andermaal het verdriet om verlies van nieuw leven en telkens voelde ik mij een stukje minder compleet, een deel van mij was er niet meer. Zo drie kleintjes afgeven heeft emotioneel heel wat van mij gevergd. Na een paar maanden, wanneer de grootste emoties wat minderden besefte ik dat het er voor mij niet meer in zat om meer kinderen te krijgen. Ik moest blij zijn, dat ik Kathelijn had en richtte me dan ook volledig op haar. Ik had zoveel liefde in me en gaf deze allemaal aan haar. En zij ook weer terug aan mij.


Kathelijn

Kathelijn was een bijzonder kind, heel fijnbesnaard in haar zeggen en doen en vol vertrouwen. Ik weet nog dat ze leerde fietsen en mij vroeg wat er zou gebeuren als ze mocht vallen. ‘Dan heb je pijn,’ zei ik, ‘maar die pijn gaat ook snel weer over.’ Ze vertrouwde me op mijn woord en probeerde het. Natuurlijk viel ze en had ze pijn, maar dan voelde ze ook dat die pijn zoals ik al had aangegeven, snel weer over was.

De situatie thuis was best moeilijk, omdat er veel spanningen waren in de relatie tussen mij en Kathelijns vader. De opvoeding kwam hierdoor volledig op mijn schouders en achteraf gezien, had ik weg moeten gaan van die man. Maar ik wilde haar zo graag een gezin geven en zag die man te graag, om de knoop door te hakken.

Dat heb ik pas gedaan toen Kathelijn de 18 jaar was gepasseerd. De scheiding verliep niet zonder kleerscheuren en Kathelijn werd door haar papa en zijn familie voor het blok gezet; ze moest kiezen tussen hen of mij. ‘Voor niets of niemand verbreek ik het contact met mama’ heeft ze toen gezegd. ‘Mijn mama is mijn alles.’

Het heeft haar verdriet gedaan en we hebben menige avond erover gesproken, maar niets kon ons uit elkaar rukken. We waren niet alleen moeder en dochter, maar ook soulmates. Als zij iets zei, dan dacht ik het al. We waren zo op elkaar ingespeeld, dat niks onze band kon verbreken.

Kathelijn had een paar relaties achter de rug toen ze in 2001 een man ontmoette, die Tom heette. Toen ik de naam hoorde, werd ik bij de keel gegrepen. ‘Dit kan geen toeval zijn,’ dacht ik en ik had er geen goed gevoel bij. Hij was een goede man en ontzettend lief, maar hij was zo anders dan Kathelijn. Zij was voorzichtig en hij zo avontuurlijk. Ze probeerde met hem mee te gaan in zijn leven, maar dat lukte eigenlijk niet. Op een Valentijnsdag is de relatie tot een einde gekomen en kwam ze bij me met een gebroken hart. Hij was haar grote liefde met wie ze van plan was om aan kinderen te beginnen. De jaren erna ontmoette ze niemand die hem evenaarde. Eind 2008 kwam ze bij me met de vraag wat ik ervan zou vinden als ze zwanger zou worden zonder een man, door een spermadonor te gebruiken. Ik zei dat ik haar honderd procent zou steunen.


Hartaanval

In 2009 zou dit allemaal moeten gebeuren, dus toen de jaarwisseling aanbrak keken we samen uit naar een mooi jaar, waarin we hoopten dat ze moeder zou worden.

Maar op 28 januari 2009 werd Kathelijn wakker met ademnood. De huisdokter ging langs en belde meteen een ambulance. Hij belde mij daarna en ik ben direct naar de spoed gekomen. Toen ik daar aankwam, was Kathelijn nog bij bewustzijn. Ik zag de schrik in haar ogen en ze wees naar haar hart als de plaats waar ze pijn had. Ze moest onmiddellijk worden geopereerd. Ondanks dat ze haar hele leven geen gezondheidsproblemen had gehad, had ze nu een hartaanval gekregen. ‘Als je wakker wordt, sta ik aan je bed,’ stelde ik haar gerust. Dat is het laatste dat ik haar heb gezegd toen ze nog bij bewustzijn was.

Na de operatie werd Kathelijn in een kunstmatige coma gehouden. Daaruit werd ze niet meer wakker. Ik vroeg haar om een teken te geven, door in mijn hand te knijpen of met de ogen te knipperen. Maar ze gaf geen teken. Achter elkaar ging er van alles mis. Zo had ze een klaplong, longontsteking en nierfalen. ‘Ze is jong,’ zei de dokter telkens. ‘Heb vertrouwen dat het goed komt.’ Ik hield me daaraan vast en was elke dag bij haar. Maar op 13 februari bleek dat de hart- long machine waar ze aan lag, vervangen moest worden en de tijd die het duurde om een nieuwe aan te sluiten te lang was voor haar om te overleven. Ik wilde niet dat ze op vrijdag de 13e zou komen te overlijden en heb gewacht tot de 14e om de beslissing te nemen. Ik sprak met haar over alles dat ik tegen haar had willen zeggen. Ook beloofde ik haar voor haar poezen te zorgen. Alles zodat ze gerust zou zijn, als ze me mocht horen. Uiteindelijk is op Valentijnsdag 2009 de machine om 22.00 uitgezet. Ik was daar op aanraden van de arts niet bij. Hij zei dat ik mijn kind moest herinneren zoals ze was toen ze leefde, niet zoals ze overleed.


Verdriet

De periode na haar overlijden, is een waas. Ik moest alles regelen, niks was vastgelegd. Wilde ze gecremeerd worden of begraven? Ik wist het niet, maar wie denkt dan ook dat iemand op zijn 34e zal overlijden? Ik was verdoofd en voelde me compleet alleen met mijn verdriet, ik handelde en leefde als een robot. De biologische papa van Kathelijn was er niet, zelfs niet op de begrafenis, voor hem was het hoofdstuk dochter blijkbaar afgesloten.

Ik had sinds enkele jaren een nieuwe partner, een goede man die er voor me was maar in mijn verdriet kon hij er niet voor me zijn. Ook in mijn vriendenkring was er niet echt iemand met wie ik erover kon praten. Ik werd bijna gek omdat ik geen enkele uitlaatklep of begrip vond voor mijn immense verdriet en gemis. De naam van mijn dochter niet meer te horen vernoemen, letterlijk en figuurlijk doodgezwegen, ik kon er niet mee om! Je moet verder, je moet vooruit kijken. Dat hoorde ik bijna dagelijks van iedereen waar ik mijn dochters naam bij vernoemde. Dat wou ik ook wel maar het is niet omdat ze er niet meer is, dat ze mag vergeten worden!!! Over haar praten, haar naam nogmaals horen: dat is wat ik wil!


O.V.O.K.

Na anderhalf jaar besefte ik dat ik haar niet langer wou doodzwijgen. Ik begon te zoeken op internet en zo kwam ik bij OVOK terecht. Ik werd door het Centraal Contactadres doorverwezen naar de toenmalige praatgroepbegeleiders van de praatgroep Zottegem. Het eerste contact voelde goed en zo heb ik de stap gezet naar de praatgroep zelf. Iedere maand kijk ik uit naar het moment van samenkomst. Daar vind ik erkenning en herkenning en kan ik vertellen over de 34 jaar met Kathelijn, over mijn emoties, over die verschrikkelijke golven van verdriet die je overspoelen en waarin je zou verdrinken.

Ik zag sindsdien mezelf evolueren in mijn verdriet. Ik merk dat het me voldoening geeft wanneer ik andere lotgenoten kan helpen, bij wie het nog niet zolang geleden is dat ze hun kind verloren. Vooraleer ik naar de praatgroep ging voelde het alsof ik niets meer had, maar door het lotgenotencontact heb ik het idee nog wat te kunnen geven en dit zorgt weer voor ruimte om adem te kunnen halen.

Verdriet gaat nooit weg en ligt altijd dicht aan de oppervlakte. Zoals bijvoorbeeld wanneer de kinderen van mijn partner een kindje krijgen. Als ik het vast mag houden, begin ik te wenen. Het is niet dat ik het hen niet gun maar telkens overspoelen mij dubbele gevoelens. Enerzijds ben ik blij voor hen maar anderzijds confronteert het mij ook met wat ik moet missen. Ik denk dan: waarom heeft Kathelijn dit niet mee mogen maken. Dat is iets dat altijd zal blijven. Je hoort als ouder immers je kind niet te overleven.

Ondertussen kan ik al zeggen: ‘Ik ben dankbaar voor de 34 prachtige jaren met mijn mooie dochter, maar het waren er alsnog veel te weinig.’